maart 12, 2024

Uw tweede, vaak stilstaande auto is geen bezit maar een verborgen kost. Mobility as a Service (MaaS) is pas goedkoper als u deze ‘stilstandkost’ correct berekent en strategisch inruilt voor flexibele vervoersopties.

  • De reële jaarlijkse kost van een tweede auto overstijgt vaak de €4.000, zelfs bij beperkt gebruik.
  • Een strategische mix van deelauto’s, openbaar vervoer en deelfietsen kan tot €1.500 per jaar besparen.

Aanbeveling: Begin met een maand lang elke autorit te loggen. Vergelijk daarna de totale kosten van die ritten met de tarieven van MaaS-aanbieders om uw persoonlijk besparingspotentieel bloot te leggen.

Staat uw tweede auto vaker stil op de oprit in Gent of voor de deur in Antwerpen dan hij effectief rijdt? U bent niet alleen. Voor veel stadsgezinnen is die tweede wagen een ‘verzekering’ voor onverwachte verplaatsingen, maar de premie die u ervoor betaalt is torenhoog. We hebben het dan niet enkel over brandstof, maar over de vaak onzichtbare stilstandkost: verzekering, wegentaks, afschrijving en onderhoud die doorlopen, of u nu rijdt of niet. De vraag is niet langer óf er alternatieven zijn, maar hoe u de overstap concreet en financieel voordelig maakt.

De belofte van Mobility as a Service (MaaS) klinkt aanlokkelijk: alle mobiliteit in één app. De realiteit in België is echter complexer. Het gaat niet om het blindelings downloaden van een app, maar om een bewuste, strategische herverdeling van uw mobiliteitsbudget. De ware sleutel tot besparing ligt niet in het vervangen van één auto door één app, maar in het uitvoeren van een ‘mobiliteits-arbitrage’ voor elke verplaatsing. Dit betekent dat u de meest efficiënte en goedkoopste optie kiest voor elk specifiek traject: een deelauto voor de weekboodschappen, de trein voor een daguitstap en een deelfiets voor de ‘last mile’.

Dit artikel is geen lofzang op de technologie, maar een pragmatische gids voor het Belgische stadsgezin. We duiken in de reële kosten, vergelijken formules, analyseren de praktische obstakels zoals interoperabiliteit tussen de gewesten en onderzoeken hoe u het federale mobiliteitsbudget kunt inzetten. Het doel is u de tools te geven om een geïnformeerde beslissing te nemen: is de sprong naar MaaS voor uw gezin de meest rendabele zet?

Om u te helpen deze beslissing te nemen, hebben we de belangrijkste vragen en antwoorden voor u gestructureerd. De volgende secties bieden een diepgaande analyse van elk aspect van de overstap, van de naadloze integratie van diensten tot de financiële realiteit van de lage-emissiezones.

Hoe naadloos overstappen van de trein in een deelauto met één ticket?

Het ideaal van Mobility as a Service is simpel: u plant een reis van A naar B en één app regelt alles, van het treinticket tot de deelauto die bij aankomst klaarstaat, betaald met één transactie. De Belgische realiteit is echter nog niet zo ver. Een écht ‘universeel ticket’ laat nog op zich wachten. Toch worden er belangrijke stappen gezet om de overstap, of de ‘intermodale transfer’, aanzienlijk te versoepelen. In plaats van één super-app zien we vooral de opkomst van strategische partnerships en platformen die verschillende diensten bundelen.

Een concreet voorbeeld is de integratie tussen autodelen en financiële apps. Zo heeft Cambio, een van de grootste aanbieders van station-based autodelen, een samenwerking met KBC. Klanten kunnen via de KBC Mobile-app een Cambio-auto reserveren en gebruiken zonder een apart Cambio-abonnement te moeten betalen. Dit verlaagt de drempel aanzienlijk voor occasionele gebruikers. Dit is geen ‘één ticket’-systeem, maar het elimineert wel een belangrijke administratieve en financiële horde, wat de overstap van de trein naar een deelauto veel vlotter maakt.

Andere platformen, zoals Olympus Mobility, richten zich voornamelijk op de B2B-markt (via het mobiliteitsbudget) maar tonen de technische mogelijkheden. Ze integreren tickets van de NMBS, De Lijn, MIVB en STIB met deelfietsen en parkeerplaatsen. Voor particulieren betekent de huidige stand van zaken dat u vaak nog een combinatie van 2 tot 3 gespecialiseerde apps nodig heeft: één voor het openbaar vervoer, één voor autodelen (zoals Poppy of Cambio) en één voor micro-mobiliteit (zoals Lime of Velo). De ‘naadloze’ overstap is dus eerder een goed geplande choreografie dan een volledig geautomatiseerd proces.

Pay-as-you-go of abonnement: welke formule past bij uw verplaatsingsgedrag?

De beslissing om de tweede auto te schrappen, valt of staat met de financiële rendabiliteit. Zodra u de sprong waagt, is de volgende cruciale vraag: kiest u voor een flexibele ‘pay-as-you-go’-formule waarbij u per rit betaalt, of voor een abonnementsformule die lagere tarieven per kilometer en per uur biedt? Het antwoord hangt volledig af van uw mobiliteitsprofiel en de kunst van ‘mobiliteits-arbitrage’. Een gezin dat wekelijks een deelauto nodig heeft voor boodschappen en weekenduitstappen, heeft een heel ander profiel dan iemand die slechts sporadisch een auto nodig heeft.

Aanbieders zoals Cambio spelen hier slim op in met gedifferentieerde tariefplannen. Een ‘Start’-tarief met lage maandelijkse kosten (€4/maand) maar hogere gebruikskosten is ideaal voor de occasionele gebruiker. Voor frequentere gebruikers wordt een ‘Comfort’-tarief (€22/maand) al snel interessanter door de aanzienlijk lagere uur- en kilometerprijzen. Free-floating diensten zoals Poppy en Sixt Share werken doorgaans zonder abonnementskost en zijn perfect voor spontane, enkele ritten in de stad, maar kunnen duurder uitvallen voor langere huurperiodes.

De jaarlijkse besparing kan aanzienlijk zijn. Zoals onderstaande analyse van Test Aankoop aantoont, kan een gezin dat 8.000 km per jaar rijdt meer dan €1.500 besparen door over te stappen van een eigen wagen naar een deelauto-oplossing.

Profiel Jaarkilometers Eigen wagen (€/jaar) Cambio (€/jaar) Besparing
Joran (25j, Antwerpen) 7.032 km €4.146 €2.946 €1.200
Layla (alleenstaande ouder, Gent) 5.500 km €3.850 €2.574 €1.276
Brussels gezin 8.000 km €4.500 €2.944 €1.556

Deze cijfers benadrukken het financiële voordeel, een punt dat door consumentenorganisaties wordt bevestigd. Zij stellen de reële kostprijs van een eigen wagen vaak hoger in dan wat eigenaars zelf inschatten. Zoals Test Aankoop opmerkt in hun dossier over autodelen:

De totale jaarlijkse prijs voor de eigen wagen wordt geraamd op € 4.146 (of € 0,50/km). In vergelijking met Dégage!, Cozywheels, Cambio of Wibee bespaar je al (bijna) € 1.200 (je betaalt ongeveer € 0,35/km) of meer.

– Test Aankoop, Hoeveel kost autodelen?

De juiste formule kiezen is dus een oefening in zelfkennis. Analyseer uw voorbije verplaatsingen en maak een realistische inschatting van uw toekomstige behoeften om de meest voordelige optie te selecteren.

De ‘last mile’ overbruggen: hoe vindt u snel een step of fiets bij aankomst?

U komt aan in het station Brussel-Centraal en uw eindbestemming ligt op 15 minuten wandelen. Een deelfiets of -step is de perfecte oplossing voor deze ‘last mile’. Maar wat als er geen beschikbaar is? Dit scenario vertegenwoordigt een van de grootste ‘frictiekosten’ van MaaS: de onzekerheid over de beschikbaarheid van voertuigen op het moment dat u ze het meest nodig heeft. Voor een gezin dat rekent op deze diensten voor bijvoorbeeld het afzetten van een kind aan de crèche na een treinrit, is betrouwbaarheid cruciaal.

Gelukkig bieden de meeste apps tools om deze onzekerheid te beheren. De sleutel is proactief plannen, een concept dat we ‘geplande spontaniteit’ kunnen noemen. De apps van aanbieders als Villo! (Brussel), Velo (Antwerpen), Lime en Dott tonen in real-time de beschikbaarheid van voertuigen en hun batterijniveau op een kaart. De meest effectieve strategie is om niet bij aankomst, maar al 15 tot 30 minuten op voorhand de situatie op uw bestemming te controleren. Zo kunt u mentaal al overschakelen op een plan B (wandelen, bus, tram) indien nodig.

Villo! deelfietsen bij Brussels centraal station tijdens spitsuur

De beschikbaarheid van deze diensten wordt sterk beïnvloed door de vraag, met duidelijke piekmomenten tijdens de ochtend- en avondspits (typisch tussen 7u30-9u00 en 17u00-19u00). Een strategie is om anticyclisch te denken: als u weet dat u tijdens de piek een fiets nodig heeft, zoek dan een station dat iets verder van de hoofdverkeersaders ligt, waar de vraag mogelijk lager is. Het onderstaande plan van aanpak kan helpen om de ‘last mile’ stressvrij te overbruggen.

Checklist voor uw ‘last mile’ planning in Belgische steden

  1. Vooraf checken: Controleer 30 minuten voor aankomst de beschikbaarheid via de app van uw gekozen aanbieder (bv. Villo!, Velo, Lime, Dott).
  2. Reserveren: Reserveer indien mogelijk uw voertuig vooraf. Station-based deelauto’s zoals Cambio bieden deze optie standaard.
  3. Alternatieven identificeren: Gebruik een intermodale routeplanner (bv. Google Maps, de NMBS-app) om alternatieve aanbieders of routes op uw traject te zien.
  4. Rekening houden met piekmomenten: Wees u bewust van de spitsuren (7u30-9u00 en 17u00-19u00) waar de vraag het hoogst is en de beschikbaarheid lager.
  5. Plan een back-up: Lokaliseer vooraf de dichtstbijzijnde haltes van De Lijn, MIVB of STIB binnen 500 meter van uw bestemming als alternatief.

Hoe uw mobiliteitsbudget spenderen via MaaS-apps in plaats van een bedrijfswagen?

Voor werknemers met een bedrijfswagen die de overstap naar een flexibeler systeem overwegen, biedt de Belgische wetgeving een krachtig instrument: het mobiliteitsbudget. Dit systeem laat werknemers toe om hun bedrijfswagen (of het recht daarop) in te ruilen voor een budget dat ze vrij kunnen besteden aan een brede waaier van duurzame mobiliteitsoplossingen. Dit is een gamechanger voor stadsgezinnen, omdat het budget niet alleen treinabonnementen of deelfietsen dekt, maar ook huisvestingskosten (huur of hypothecaire intresten) als u binnen een straal van 10 km van uw werk woont.

Het systeem is opgebouwd rond drie pijlers. In Pijler 1 kan de werknemer kiezen voor een milieuvriendelijkere bedrijfswagen. Het is echter Pijler 2 die het meest relevant is voor MaaS: hierin kan het resterende budget worden besteed aan duurzame vervoermiddelen. Dit omvat abonnementen voor openbaar vervoer, deelauto’s, deelfietsen, en zelfs de aankoop van een eigen fiets. Alle uitgaven binnen deze pijler zijn volledig vrijgesteld van sociale bijdragen en belastingen, wat het financieel uiterst aantrekkelijk maakt. Wat op het einde van het jaar overblijft in het budget, wordt in Pijler 3 in cash uitbetaald (na aftrek van een bijzondere werknemersbijdrage van 38,07%).

De hoogte van het budget is wettelijk vastgelegd. Volgens de huidige regelgeving moet het mobiliteitsbudget minimum €3.000 bedragen en mag het maximaal een vijfde van het totale brutoloon zijn, met een absoluut plafond van €16.000 per jaar. De concrete berekening kan complex zijn, maar wordt vaak forfaitair vastgesteld door de werkgever.

Praktijkvoorbeeld: Forfaitaire berekening mobiliteitsbudget

Een werkgever baseert het budget op de kosten van een referentie-bedrijfswagen. Stel, de maandelijkse leasekost is €500 en de geschatte brandstofkosten zijn €0,20 per kilometer voor 20.000 km/jaar. Het jaarlijkse mobiliteitsbudget wordt dan als volgt berekend: (€500 x 12 maanden) voor de leasekosten, plus (20.000 km x €0,20/km) voor brandstof. Dit resulteert in een totaal jaarlijks mobiliteitsbudget van €6.000 + €4.000 = €10.000. Dit bedrag kan de werknemer vervolgens spenderen in Pijler 2 aan bijvoorbeeld een Cambio-abonnement, NMBS-tickets en een nieuwe elektrische fiets.

Werkt uw Antwerpse app ook als u een weekend in Brussel bent?

Een van de grootste uitdagingen voor een vlot MaaS-ecosysteem in België is de regionale fragmentatie. De mobiliteitsbevoegdheden zijn verdeeld over Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, elk met hun eigen openbaarvervoersmaatschappijen (De Lijn, TEC, MIVB) en vaak eigen lokale deelsystemen (bv. Velo in Antwerpen, Villo! in Brussel). Dit roept een cruciale vraag op voor de gebruiker: kan ik met mijn vertrouwde app uit Gent of Antwerpen ook terecht in Brussel of Namen? Het antwoord is ‘soms’.

Grote, commerciële aanbieders van free-floating voertuigen zoals Poppy, Lime, Dott en Tier opereren vaak in meerdere Belgische steden. Hun apps werken naadloos over de gewestgrenzen heen. U kunt dus perfect met dezelfde app een Poppy-deelauto in Antwerpen ontgrendelen en er een ander mee nemen in Brussel. De uitdaging ligt bij de meer lokale, vaak door de overheid gesubsidieerde, systemen. Uw Velo-abonnement uit Antwerpen is niet geldig op het Villo!-netwerk in Brussel. Hetzelfde geldt voor veel tickets van de openbaarvervoersmaatschappijen, al worden hier stappen gezet met producten zoals het Brupass XL-ticket.

Symbolische weergave van de drie Belgische gewesten met verschillende mobiliteitssystemen

De roep om betere integratie en interoperabiliteit is groot. De overheid en de sector zijn zich bewust van dit probleem. De interesse van de bevolking in een eengemaakte oplossing is een sterke motivator voor verandering. Een studie van de FOD Mobiliteit en Vervoer toont aan dat de wil bij de consument aanwezig is:

Meer dan de helft van de respondenten is momenteel geïnteresseerd in het gebruik van een echte MaaS-applicatie. Het gebruik van een dergelijke applicatie zou een positieve impact op de verplaatsingsgewoonten hebben, doordat het gebruik van zachte en/of duurzamere vervoerswijzen wordt aangemoedigd.

– FOD Mobiliteit en Vervoer, Enquête ‘Huidig en potentieel gebruik van MaaS-apps door de Belgen’ 2023

Voorlopig moet u als gebruiker dus nog een beetje een ‘polyglot’ zijn in mobiliteitsapps. De vuistregel is: commerciële, internationale spelers bieden vaak nationale dekking, terwijl lokale systemen beperkt blijven tot hun stad of regio. Een snelle controle in de app store of op de website van de aanbieder voor vertrek kan veel frustratie voorkomen.

Waarom is 5 km rijden in de stad slechter voor uw motor dan 100 km snelweg?

Een van de meest onderschatte kosten van een (tweede) auto in de stad is de versnelde slijtage door korte ritten. Een verplaatsing van 5 kilometer om de kinderen naar school te brengen of snel boodschappen te doen, is aanzienlijk schadelijker voor de motor dan een rit van 100 kilometer op de snelweg. De reden is eenvoudig: de motor en de olie krijgen niet de tijd om hun optimale bedrijfstemperatuur te bereiken. Dit leidt tot een reeks van problemen die de onderhoudskosten en de afschrijving van uw wagen de hoogte in jagen.

Wanneer een motor koud draait, is de smering niet optimaal, wat leidt tot meer interne wrijving en slijtage. Bovendien veroorzaakt de onvolledige verbranding condensatie in het uitlaatsysteem, wat kan leiden tot roestvorming van binnenuit. Voor dieselmotoren is het nog erger: de roetfilter (DPF) krijgt niet de kans om te regenereren, wat kan resulteren in verstopping en dure reparaties. Omdat in België maar liefst 78% van de afgelegde afstanden met de auto gebeurt, is de impact van deze korte ritten op het wagenpark enorm. Dit is een ‘stilstandkost’ die pas zichtbaar wordt bij de jaarlijkse onderhoudsfactuur of een onverwachte herstelling.

Hier biedt MaaS een structurele oplossing. Door voor die korte, schadelijke ritten systematisch een deelfiets, deelstep of het openbaar vervoer te gebruiken, beschermt u uw eigen wagen (als u er nog één heeft) voor de ritten waarvoor hij gemaakt is: langere afstanden. Als u de tweede auto volledig heeft afgeschaft, lost u het probleem volledig op. Deelauto’s worden professioneel onderhouden en de kosten van deze verhoogde slijtage worden gedeeld door een grote groep gebruikers. U betaalt enkel voor het gebruik, niet voor de gevolgen van dat gebruik op de mechaniek.

LEZ-dagpas kopen: is het goedkoper dan een nieuwe auto voor sporadisch bezoek?

Voor gezinnen met een oudere tweede auto wordt de rekening van het bezit nog verder aangedikt door de uitbreiding van de lage-emissiezones (LEZ) in steden als Antwerpen, Gent en Brussel. Sporadisch een van deze steden bezoeken met een niet-conforme wagen wordt een dure aangelegenheid. De vraag stelt zich dan: is het op termijn goedkoper om telkens een LEZ-dagpas te kopen, of om de oude wagen te vervangen door een recenter model? Het antwoord is vaak: geen van beiden. Een deelauto is meestal de slimste optie.

De regels zijn strikt: in Brussel kan een eigenaar van een niet-toegelaten voertuig een ‘dagpas’ kopen voor €35 per dag, met een maximum van 24 dagen per jaar per voertuig. Hoewel dit een oplossing lijkt voor occasioneel bezoek, lopen de kosten snel op. Acht bezoekjes per jaar aan Brussel kosten u al €280, zonder rekening te houden met brandstof, parkeren en de slijtage van uw eigen wagen. Die €280 is pure meerkost, enkel en alleen om de stad in te mogen.

Wanneer we dit vergelijken met de kosten van een deelauto voor diezelfde bezoeken, wordt het plaatje duidelijk. Een deelauto huren voor een paar uur kost misschien iets meer per keer, maar biedt aanzienlijke voordelen: de vloot van deelauto-aanbieders is modern en voldoet altijd aan de LEZ-normen, waardoor u zich geen zorgen hoeft te maken over boetes. Bovendien zijn parkeerkosten in veel steden inbegrepen (voor free-floating diensten) of is er een gereserveerde plaats (voor station-based diensten).

Optie Kosten per bezoek Jaarlijkse kosten (8 bezoeken) Extra voordelen
LEZ-dagpas Brussel €35 €280 Gebruik eigen auto, geen registratie nodig
Cambio deelauto (4u + 50km) €38-€45 €304-€360 Geen LEZ-zorgen, parkeerkosten inbegrepen
Poppy free-floating €42-€48 €336-€384 Flexibel ophalen/achterlaten, elektrisch

Hoewel de deelauto op het eerste gezicht iets duurder lijkt, is de totale kostprijs vaak gunstiger als men de gemoedsrust, het wegvallen van parkeerstress en de afwezigheid van boeterisico’s meerekent. De LEZ-dagpas is een noodoplossing, geen duurzame strategie.

Essentiële inzichten

  • De reële kost van een stilstaande tweede auto (verzekering, taksen, afschrijving) is de grootste verborgen uitgave die MaaS rendabel maakt.
  • Een succesvolle overstap vereist ‘mobiliteits-arbitrage’: het bewust kiezen van de juiste vervoersmodus voor elke specifieke rit.
  • De Belgische realiteit is gefragmenteerd; een combinatie van 2-3 apps is vaak nodig om openbaar vervoer, autodelen en micromobiliteit te dekken.

Is een automaat noodzakelijk om stressvrij door de Brusselse files te komen?

De vraag of een automatische versnellingsbak essentieel is voor stressvrij filerijden in Brussel, is eigenlijk de verkeerde vraag. Het suggereert dat de oplossing ligt in het optimaliseren van de ervaring *binnen* de file. Als mobiliteitsconsultant stel ik een radicalere en effectievere oplossing voor: de file volledig vermijden. Een automaat kan het constante schakelen elimineren, maar het verandert niets aan de verloren tijd, de frustratie en de brandstofkosten. De echte bevrijding ligt niet in een andere versnellingsbak, maar in een ander mobiliteitsmodel.

De meest doeltreffende anti-file strategie is een multimodale aanpak, met de Park & Ride (P+R) parkings als hoeksteen. Deze parkings, gelegen aan de rand van de stad (bv. Kraainem, Delta, Roodebeek), laten u toe om uw wagen gratis en buiten de drukke LEZ-zone te parkeren. Van daaruit stapt u naadloos over op het efficiënte metronetwerk van de MIVB, dat u snel en zonder fileleed naar het hart van de stad brengt. Een casestudy van pendelaars die dit systeem gebruiken, toont een gemiddelde tijdswinst van 30 tot 45 minuten tijdens de spitsuren in vergelijking met een volledige autorit.

Deze strategie is een perfect voorbeeld van MaaS in de praktijk. U gebruikt de auto waarvoor hij het meest geschikt is (de rit tot aan de stadsrand) en schakelt over op een efficiënter vervoermiddel voor het laatste, meest gecongesteerde deel van de reis. Door vooraf via de MIVB-app een deelfiets te reserveren bij uw aankomststation, overbrugt u ook de ‘last mile’ moeiteloos. De totale kosten van deze aanpak (een metroticket van €2,10 en eventueel een deelfiets) zijn een fractie van de kosten voor parkeren in het centrum, brandstof en de onbetaalbare kost van uw tijd en stress. De vraag is dus niet langer ‘automaat of manueel?’, maar ‘auto in de file of een slimme combinatie van vervoersmiddelen?’.

De ultieme luxe is niet comfort in de file, maar de vrijheid om de file te omzeilen. Het beheersen van deze multimodale strategieën is de sleutel tot een werkelijk stressvrije mobiliteit.

De overstap van een tweede auto naar een MaaS-model is meer dan een financiële berekening; het is een mentaliteitswijziging. Om deze transitie succesvol te maken, is een persoonlijk mobiliteitsplan essentieel. Evalueer uw huidige en toekomstige verplaatsingsbehoeften en stel een gepersonaliseerde mix van diensten samen die perfect aansluit bij de levensstijl van uw gezin.

Koen Koen Mertens, Fleet Manager en fiscalist met focus op bedrijfsmobiliteit, vergroening van wagenparken en TCO-optimalisatie. Hij adviseert KMO's en zelfstandigen over de fiscale realiteit van leasing en elektrificatie.