mei 15, 2024

Een waterstofauto in België is momenteel geen rationele keuze voor de gemiddelde particulier, maar een investering in een technologische niche met aanzienlijke risico’s en onzekerheden.

  • De kostprijs per kilometer is vaak hoger dan die van een thuis opgeladen elektrische wagen.
  • Het publieke tanknetwerk in België is met slechts één station quasi onbestaand, wat de bruikbaarheid ernstig beperkt.
  • De restwaarde is zeer onzeker, met een reëel risico om een “technologisch weeskind” te bezitten.

Aanbeveling: Analyseer uw Total Cost of Ownership (TCO) en rijprofiel kritisch voordat u de sprong waagt; de batterij-elektrische wagen blijft voorlopig de economisch en praktisch veiligere keuze voor de meeste Belgen.

De discussie over de toekomst van mobiliteit wordt vaak gereduceerd tot een tweestrijd: batterij-elektrisch (BEV) versus waterstof (FCEV). Voor de technologie-enthousiasteling die verder kijkt dan de marketingbeloften, roept dit cruciale vragen op. Waterstof wordt geprezen om zijn snelle tankbeurten en grotere rijbereik, eigenschappen die doen denken aan de vertrouwde verbrandingsmotor. Het belooft een emissievrije toekomst zonder de ‘laadstress’ die soms met elektrische wagens wordt geassocieerd.

Echter, de gangbare analyse blijft vaak steken in deze oppervlakkige voordelen. De ware levensvatbaarheid van een technologie voor een particuliere gebruiker in België hangt af van factoren die dieper gaan. We moeten kijken naar de volledige energieketen, van productie tot wiel (well-to-wheel efficiëntie), de reële kostprijs over de hele levensduur (Total Cost of Ownership), en de concrete, dagelijkse bruikbaarheid die wordt bepaald door de beschikbare infrastructuur.

Dit dossier doorbreekt de hype en hanteert de nuchtere blik van een investeerder. De centrale vraag is niet óf waterstof een toekomst heeft, maar of het vandaag, in de Belgische context, een verstandige keuze is voor u als particulier. We duiken in de harde cijfers van de kosten, de realiteit van het tanknetwerk, de veiligheidsaspecten, de ecologische waarheid achter “groene” waterstof en de concurrentie van andere technologieën. Het doel is niet om een winnaar aan te duiden, maar om u te voorzien van een objectief, data-gedreven kader om een geïnformeerde beslissing te nemen.

Dit artikel ontleedt de belangrijkste vragen die elke potentiële koper van een waterstofauto in België zich zou moeten stellen. De onderstaande inhoudsopgave geeft u een overzicht van de cruciale thema’s die we zullen behandelen.

Is rijden op waterstof duurder dan elektrisch laden of benzine tanken?

De kost aan de pomp is een van de meest directe factoren in de gebruikskosten van een wagen. Voor een waterstofauto (FCEV) is deze analyse complexer dan een simpele prijs per liter. De prijs wordt uitgedrukt per kilogram (kg), en met een verbruik van ongeveer 1 kg per 100 km, komt de prijs per kg direct overeen met de kost per 100 km. In België ligt deze prijs momenteel hoog. Volgens de TCO-tool van de Vlaamse Overheid kost waterstof momenteel €9,999 per kg, wat de brandstofkost op ongeveer €10 per 100 km brengt.

Om dit cijfer in perspectief te plaatsen, is een vergelijking met andere aandrijvingen essentieel. Een batterij-elektrische wagen (BEV) is aanzienlijk goedkoper, zeker wanneer thuis wordt geladen. Een directe vergelijking van de energiekosten toont de verschillen duidelijk aan.

Energiekost per 100 km voor verschillende aandrijvingen
Type aandrijving Energieverbruik Prijs per eenheid Kost per 100 km
Waterstof (FCEV) 1 kg H2 €10/kg €10
Elektrisch thuis (BEV) 20 kWh €0,34/kWh €6,80
Elektrisch publiek (BEV) 20 kWh €0,44/kWh €8,80
Benzine 7 liter €1,75/l €12,25

Hoewel waterstof goedkoper is dan benzine, blijft het significant duurder dan elektrisch rijden. Bovendien is dit slechts een deel van het financiële plaatje. De Total Cost of Ownership (TCO) omvat ook de aankoopprijs, verzekering, onderhoud, belastingen en de cruciale restwaarde. In België speelt de fiscaliteit een doorslaggevende rol: vanaf 2026 zijn enkel volledig elektrische bedrijfswagens nog fiscaal aftrekbaar. Deze fiscale hefboom maakt een BEV op termijn bijna altijd de voordeligste keuze, waardoor de hogere aankoopprijs van een FCEV nog moeilijker te rechtvaardigen is voor een particulier.

Waar kunt u waterstof tanken in België en is het netwerk dekkend?

De bruikbaarheid van eender welke wagen staat of valt met de beschikbaarheid van “brandstof”. Voor waterstofwagens is dit in België momenteel de achilleshiel. Terwijl het netwerk van elektrische laadpalen exponentieel groeit, blijft de waterstofinfrastructuur extreem beperkt. Concreet is er op dit moment slechts één publiek toegankelijk station in Zaventem. Dit ene station moet het hele land bedienen, wat in de praktijk neerkomt op een onbestaand dekkend netwerk.

Deze infrastructurele realiteit heeft verstrekkende gevolgen voor de eigenaar van een FCEV. Dagelijkse bruikbaarheid wordt een logistieke puzzel die zorgvuldige planning vereist. Lange ritten moeten worden uitgestippeld met het oog op dit ene tankpunt, of men moet uitwijken naar buurlanden zoals Nederland en Duitsland, waar het netwerk iets beter ontwikkeld is. De onderstaande visualisatie symboliseert de geïsoleerde positie van de Belgische waterstofinfrastructuur.

Visualisatie van het beperkte waterstofnetwerk in België met aangrenzende stations in Nederland en Duitsland

Deze afhankelijkheid van een enkel punt of van buitenlandse netwerken creëert een aanzienlijke onzekerheid. Wat als het station in Zaventem buiten dienst is voor onderhoud? De spontaniteit van autorijden verdwijnt en wordt vervangen door planning en potentiële stress. Hoewel er plannen zijn voor nieuwe stations, is de uitrol traag en de toekomst onzeker. Voor een particulier die rekent op betrouwbare en toegankelijke mobiliteit, vormt de huidige infrastructuur-realiteit een significant obstakel en een groot nadeel ten opzichte van de alomtegenwoordige elektrische laadmogelijkheden.

Is een waterstoftank onder hoge druk gevaarlijk bij een aanrijding?

Het idee van een tank met waterstof onder hoge druk (typisch 700 bar) in een auto roept bij velen intuïtief beelden op van explosiegevaar. Dit is een begrijpelijke zorg, maar de realiteit is genuanceerder en wordt door strenge veiligheidsnormen ondervangen. De koolstofvezel tanks in moderne FCEV’s zijn ontworpen om extreem robuust te zijn en te weerstaan aan zware impacts. Ze ondergaan rigoureuze crashtests, inclusief penetratie- en vuurproeven, die vaak de eisen voor conventionele brandstoftanks overstijgen.

Bovendien is het gedrag van waterstof zelf een belangrijke factor. In tegenstelling tot benzine, dat bij een lek een plas vormt en brandbare dampen verspreidt die zwaarder zijn dan lucht, is waterstof het lichtste element in het universum. Bij een lek vervliegt het gas extreem snel recht omhoog, waardoor de kans op een geconcentreerde, brandbare wolk op de grond aanzienlijk kleiner is. De technologie is ook uitgerust met meerdere veiligheidssystemen. Zoals de strenge Nederlandse PGS 35-richtlijn voor gevaarlijke stoffen benadrukt, zijn er ingebouwde mechanismen om risico’s te beheersen.

Waterstof is een onuitputtelijke en schone brandstof die kan worden ingezet voor het voortdrijven van een voertuig. Daarnaast zijn veiligheidsventielen aanwezig. Een veiligheidsventiel of veerveiligheid is een ventiel dat automatisch opent of wordt geopend zodra de maximumwaarde van druk of temperatuur wordt overschreden.

– PGS 35-richtlijn, Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen

Deze veiligheidsventielen laten bij een brand of een extreme temperatuurstijging het waterstofgas gecontroleerd ontsnappen en affakkelen. Dit voorkomt een drukopbouw die tot een breuk van de tank zou kunnen leiden. Hoewel geen enkele technologie 100% risicovrij is, tonen de uitgebreide tests en ingebouwde veiligheidsprotocollen aan dat een waterstofauto even veilig, en in sommige scenario’s zelfs veiliger, kan zijn dan een traditionele wagen met een benzine- of LPG-tank.

Is grijze waterstof wel echt groener dan een moderne diesel?

De claim dat een waterstofauto “enkel water uitstoot” is technisch correct aan de uitlaat, maar vertelt slechts de helft van het ecologische verhaal. De reële impact op het milieu hangt volledig af van de productiemethode van de waterstof. Momenteel wordt het overgrote deel van de wereldwijd geproduceerde waterstof gemaakt van aardgas via een proces dat ‘steam methane reforming’ heet. Dit resulteert in ‘grijze waterstof’, waarbij aanzienlijke hoeveelheden CO2 vrijkomen. In dat scenario is de ‘well-to-wheel’ (van bron tot wiel) CO2-uitstoot vergelijkbaar met of zelfs hoger dan die van een moderne, efficiënte dieselwagen.

De ecologische belofte rust op ‘groene waterstof’, geproduceerd via elektrolyse van water met behulp van hernieuwbare energie (zon, wind). Dit proces is nagenoeg emissievrij. Het probleem is echter tweeledig: de productie ervan is nog steeds veel duurder en de efficiëntie van de energieketen is laag. Om 1 kg groene waterstof te produceren is veel elektriciteit nodig. Diezelfde hoeveelheid elektriciteit zou een batterij-elektrische wagen (BEV) drie tot vier keer verder brengen.

Visualisatie van energieverliezen bij waterstofproductie tegenover directe elektrische aandrijving

Dit enorme energieverlies in de conversieprocessen (elektriciteit -> waterstof -> elektriciteit in de brandstofcel) is de fundamentele zwakte van waterstof voor personenwagens. Terwijl de productiekosten voor groene waterstof naar verwachting zullen dalen tot €4,4 – €6,5 per kg H2 rond 2025, blijft het een inefficiënte manier om kostbare groene stroom te gebruiken. Voor België, een land dat al inzet op grootschalige import van energie, betekent dit een verhoogde afhankelijkheid. De ecologische winst van een waterstofauto is dus volledig afhankelijk van de beschikbaarheid van betaalbare, lokaal geproduceerde groene waterstof, een realiteit die nog ver in de toekomst ligt.

Kunnen synthetische brandstoffen de verbrandingsmotor redden na 2035?

Naast waterstof voor brandstofcellen, is er een andere technologie die de verbrandingsmotor een tweede leven belooft: synthetische brandstoffen of e-fuels. Deze worden geproduceerd door waterstof (idealiter groen) te combineren met afgevangen CO2 om een vloeibare, koolstofneutrale brandstof te creëren die compatibel is met bestaande motoren en infrastructuur. Het idee is verleidelijk: we kunnen onze huidige wagens blijven gebruiken zonder netto CO2 uit te stoten. Maar net als bij waterstof, is de realiteit van de efficiëntie en de kosten ontnuchterend.

De productie van e-fuels is een nog complexer en energie-intensiever proces dan de productie van groene waterstof. Het totale energierendement, van de opwekking van de hernieuwbare elektriciteit tot de aandrijving van de wielen, is extreem laag. Waar een BEV een ‘well-to-wheel’ efficiëntie van 75-85% haalt, zit een FCEV rond de 25-35%. Voor een wagen op e-fuels keldert dit verder naar slechts 15-20%. Dit betekent dat voor dezelfde afstand 4 tot 5 keer meer groene stroom nodig is dan voor een BEV.

Deze inefficiëntie vertaalt zich onvermijdelijk in een zeer hoge kostprijs. De tabel hieronder, gebaseerd op data van onderzoeksinstellingen zoals TNO, toont een duidelijke vergelijking.

Vergelijking Power-to-X technologieën
Technologie Toepassing Energierendement Geschatte prijs 2030
Groene waterstof Brandstofcel 25-35% €3-4/kg
E-fuels Verbrandingsmotor 15-20% €3-5/liter
Directe elektrificatie Elektromotor 75-85% €0,34/kWh

Gezien deze cijfers is het onwaarschijnlijk dat e-fuels een betaalbare oplossing worden voor de massa. Experts, zoals TNO-expert waterstof Marcel Weeda, wijzen op de hoge kapitaalkosten voor elektrolyse-installaties, die de prijs van groene waterstof en dus ook e-fuels opdrijven. De rol van synthetische brandstoffen zal waarschijnlijk beperkt blijven tot nichetoepassingen waar elektrificatie moeilijk is, zoals de luchtvaart, scheepvaart of klassieke sportwagens. Voor de dagelijkse mobiliteit van particulieren is het geen realistisch alternatief voor de directe, veel efficiëntere elektrische aandrijving.

Elektriciteit vs Diesel: waar ligt het omslagpunt bij de huidige energieprijzen?

De discussie over aandrijftechnologieën wordt vaak gedomineerd door emotie en merktrouw. Een objectieve analyse vereist echter een blik op de Total Cost of Ownership (TCO), waarin het omslagpunt wordt bepaald door een samenspel van factoren. De tijd dat een dieselmotor door zijn lagere brandstofverbruik en -prijs automatisch de voordeligste keuze was voor veelrijders, is voorbij. Hoge dieselprijzen en de opkomst van betaalbare elektrische laadtarieven hebben de balans verschoven.

De belangrijkste variabelen in deze berekening zijn:

  • Aankoopprijs: Elektrische wagens zijn vaak duurder in aankoop, hoewel de prijzen dalen en premies het verschil verkleinen.
  • Energiekost per kilometer: Zoals eerder aangetoond, is thuis laden aanzienlijk goedkoper (€0,34/kWh) dan publiek laden (€0,44/kWh) of diesel tanken (ca. €1,80/l).
  • Onderhoud: Een BEV heeft aanzienlijk minder bewegende en slijtagegevoelige onderdelen (geen olie, filters, uitlaat), wat resulteert in lagere onderhoudskosten.
  • Belastingen en fiscaliteit: In België is dit de doorslaggevende factor. De lagere Belasting op Inverkeerstelling (BIV) en jaarlijkse verkeersbelasting voor BEV’s, gecombineerd met de volledige fiscale aftrekbaarheid voor bedrijven tot 2026, creëren een enorm voordeel.
  • Restwaarde: De waarde van dieselwagens, zeker Euro 5 en lager, keldert door de steeds strengere lage-emissiezones (LEZ). BEV’s behouden hun waarde over het algemeen beter.

Voor de meeste particuliere gebruikers in België die thuis kunnen laden en een gemengd rijpatroon hebben, ligt het omslagpunt waarbij een BEV goedkoper wordt dan een vergelijkbare dieselwagen vaak al na enkele tienduizenden kilometers. De hogere aankoopprijs wordt snel gecompenseerd door de lagere lopende kosten. Voor wie geen thuislaadmogelijkheid heeft en afhankelijk is van duurdere publieke laadpalen, verschuift dit punt, maar de fiscale voordelen en lagere onderhoudskosten blijven een significant pluspunt voor elektrisch rijden.

Waarom keldert de waarde van uw Euro 5 diesel nu al op de tweedehandsmarkt?

De dramatische waardedaling van Euro 5 dieselwagens is een schoolvoorbeeld van hoe technologische evolutie en veranderende regelgeving de markt kunnen ontwrichten. De voornaamste oorzaak is de invoering en verstrenging van lage-emissiezones (LEZ) in steden als Brussel, Antwerpen en Gent. Een Euro 5 diesel is in Brussel sinds januari 2025 niet meer welkom, en andere steden zullen volgen. Dit beperkt de bruikbaarheid van de wagen drastisch, waardoor de vraag op de tweedehandsmarkt instort.

Deze situatie dient als een belangrijke waarschuwing voor wie vandaag een nieuwe technologie overweegt. Een waterstofauto, met zijn extreem beperkte tankinfrastructuur en onzekere toekomst, loopt een vergelijkbaar risico om een ’technologisch weeskind’ te worden. Als de technologie niet doorbreekt en de infrastructuur niet volgt, zal de restwaarde eveneens kelderen. Potentiële kopers zullen huiverig zijn voor een wagen die ze nergens kunnen tanken. De ervaring van een gebruiker die de TCO-berekening maakte voor na zijn pensioen illustreert de onzekerheid:

Restwaarde-analyse: Waterstof versus Elektrisch

Een particuliere gebruiker berekende dat een waterstofauto hem na zijn pensioen €92/maand zou kosten, tegenover €75/maand voor een elektrische variant. Hij merkt echter terecht op: “Dat wordt echter sterk bepaald door de prijs van de waterstof en ik ga ervan uit dat die toch nog wel zal zakken in de loop der tijd.” Deze aanname over een dalende waterstofprijs is een gok, net als de aanname over de toekomstige restwaarde van de wagen.

De les van de Euro 5 diesel is duidelijk: de waarde van een wagen wordt niet enkel bepaald door zijn technische kwaliteiten, maar ook door zijn maatschappelijke en wettelijke aanvaarding en de ondersteunende infrastructuur. Investeren in een waterstofauto vandaag is een gok op een toekomst die nog lang niet zeker is. De kans op een aanzienlijk financieel verlies door een lage restwaarde is reëel en moet in de TCO-berekening worden meegenomen.

Essentiële inzichten

  • De reële gebruikskost van een waterstofauto in België is momenteel hoger dan die van een thuis opgeladen elektrische wagen.
  • Met slechts één publiek station is de Belgische tankinfrastructuur quasi onbestaand, wat een ernstige beperking vormt voor de dagelijkse bruikbaarheid.
  • De ‘well-to-wheel’ efficiëntie van waterstof is aanzienlijk lager dan die van directe elektrificatie, wat de ecologische winst in vraag stelt.

Een tweedehands auto kopen: een checklist voor de durver

De aankoop van een tweedehands wagen met een alternatieve aandrijving, of het nu een BEV of een FCEV is, vereist een andere aanpak dan bij een traditionele auto. Waar men bij een BEV vooral let op de gezondheid van de batterij (State of Health – SOH), zijn er bij een waterstofauto andere, specifieke aandachtspunten. Gezien de schaarste en complexiteit is dit een aankoop voor de goed geïnformeerde durver.

De brandstofcel en de waterstoftanks zijn de meest kritische en kostbare componenten. Terwijl fabrikanten zoals Toyota stellen dat de brandstofcel ontworpen is om even lang mee te gaan als de auto zelf, zijn er toch specifieke controles nodig. De garantievoorwaarden en de onderhoudshistoriek zijn hierbij van cruciaal belang. Toyota België biedt bijvoorbeeld een zorgeloos rijden-garantie van 100.000 km en een terugnameprogramma, wat een zekere gemoedsrust kan bieden.

Checklist voor de inspectie van een tweedehands waterstofauto

  1. Levensduur brandstofcel: Vraag naar de bedrijfsuren van de brandstofcel, indien beschikbaar in de boordcomputer. Vergelijk dit met de door de fabrikant opgegeven levensduur.
  2. Certificering waterstoftanks: Controleer de productiedatum en certificeringsdatum van de tanks. Deze hebben een beperkte, wettelijk vastgelegde levensduur (vaak 15-20 jaar) en moeten daarna vervangen worden, wat een zeer dure operatie is.
  3. Onderhoudshistoriek: Verifieer dat al het onderhoud is uitgevoerd bij een officiële, gecertificeerde dealer. Onafhankelijke garages hebben zelden de expertise of het gereedschap voor deze complexe technologie.
  4. Garantie en terugname: Controleer of de wagen nog onder de specifieke fabrieksgarantie voor de brandstofcelcomponenten valt en informeer naar de voorwaarden van eventuele terugname- of recyclageprogramma’s.
  5. Algemene staat: Voer naast de specifieke controles ook een standaard inspectie uit van banden, remmen, ophanging en carrosserie, net als bij elke andere tweedehands auto.

Een tweedehands waterstofauto kopen in België is pionieren. Het aanbod is minuscuul en de risico’s zijn aanzienlijk, voornamelijk door de onzekere restwaarde en het gebrek aan infrastructuur en gespecialiseerde servicepunten. Een grondige inspectie en een volledig gedocumenteerde historiek zijn absolute vereisten.

Vooraleer u een beslissing neemt, is het cruciaal om uw eigen rijprofiel, laad/tankmogelijkheden en financiële situatie te analyseren met deze objectieve gegevens in het achterhoofd. De juiste keuze is een geïnformeerde keuze, gebaseerd op de realiteit van vandaag, niet op de beloften van morgen.

Veelgestelde vragen over waterstofauto’s in België

Waarom verliezen waterstofauto’s mogelijk sneller waarde dan BEV’s?

De voornaamste redenen zijn het uiterst beperkte tanknetwerk (met slechts 1 publiek station in België) en de grote onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de infrastructuur. Dit creëert een risico op een ’technologisch weeskind’, wat de vraag op de tweedehandsmarkt drukt.

Welke auto’s behouden hun waarde het best in de LEZ-zones?

Zowel volledig elektrische wagens (BEV) als waterstofauto’s (FCEV) zijn immuun voor de beperkingen van lage-emissiezones. Echter, BEV’s genieten van een veel betere infrastructuurondersteuning en een bredere marktacceptatie, wat hun restwaarde doorgaans gunstiger beïnvloedt.

Is een waterstofauto een veilige investering voor de toekomst in België?

Momenteel is het een investering met een hoog risico. Gezien de beperkte modellenkeuze, het gebrek aan tankinfrastructuur en de hoge operationele kosten, is het risico om een ’technologisch weeskind’ te bezitten reëel. De batterij-elektrische wagen is voor particulieren een veel veiligere en economisch verstandigere investering.

Koen Koen Mertens, Fleet Manager en fiscalist met focus op bedrijfsmobiliteit, vergroening van wagenparken en TCO-optimalisatie. Hij adviseert KMO's en zelfstandigen over de fiscale realiteit van leasing en elektrificatie.